U bent hier:

Van open standaarden naar verbonden digitale ecosystemen: inzichten uit Tokio

Geplaatst: 22/10/2026

Hoe zorgen we dat de bouw- en infrasector slimmer samenwerkt, informatie beter benut en voorbereid is op ontwikkelingen zoals AI? Tijdens de buildingSMART International Summit 2026 in Tokio werd duidelijk dat internationale open standaarden daarbij steeds belangrijker worden. Bestuursleden Jorden Schuit en Aydemir Çetin namen namens buildingSMART Nederland deel aan de Summit. Een belangrijke rode draad: de toekomst van openBIM draait niet alleen om het uitwisselen van modellen, maar ook om het verbinden van betrouwbare informatie, systemen, organisaties en sectoren. Voor buildingSMART Nederland ligt hierin een belangrijke opgave: internationale standaardisatie verbinden met Nederlandse informatiebehoeften en praktijktoepassingen, en tegelijkertijd Nederlandse kennis en ervaringen inbrengen in de internationale ontwikkeling van openBIM.


De Nederlandse en Belgische deelnemers aan de summit

Drie dagen lang kwamen professionals uit de hele wereld samen rond openBIM, AI en de toekomst van digitale samenwerking. De gesprekken gingen steeds verder dan het uitwisselen van modellen. Hoe verbinden we informatie, software en organisaties? Hoe zorgen we dat iedereen dezelfde gegevens begrijpt? En welke afspraken hebben we daarvoor nodig?

AI begint bij betrouwbare informatie

Vergrijzing, een tekort aan professionals en een grote hoeveelheid werk vragen om een slimmere aanpak. Jorden: “Tijdens de summit zagen we praktijkvoorbeelden waarin digitalisering en AI veel tijd bespaarden. Eén toepassing liet 92 procent tijdwinst zien bij het tellen van objecten. In een ander voorbeeld ging een proces van 745 uur naar ongeveer 50 uur. Die resultaten horen bij specifieke toepassingen, maar laten wel de mogelijkheden zien. Tegelijk klonk steeds dezelfde boodschap: AI kan alleen goed werken als de informatie eronder klopt.”

Om AI goed te gebruiken, blijven een goede informatiekwaliteit, betekenis, herleidbaarheid en menselijke control essentieel. Alleen meer data verzamelen is niet genoeg. Gegevens moeten betrouwbaar zijn, een heldere structuur hebben en goed op elkaar aansluiten. Open standaarden zoals IFC helpen hierbij. IFC maakt het mogelijk om informatie over bouwwerken tussen verschillende softwarepakketten uit te wisselen.

Menselijke controle blijft daarbij essentieel. AI kan steeds meer stappen uitvoeren, terwijl professionals richting geven, uitkomsten controleren en beoordelen of die bruikbaar zijn. Jorden herkent dat uit zijn eigen experimenten: “Ik laat AI brugmodellen opbouwen in Revit en gebruik Blender voor visualisaties en simulaties. De techniek ontwikkelt zich snel, maar maakt nog fouten. Controle van de modellen en resultaten blijft daarom nodig.”

Van losse bestanden naar verbonden informatie

Een volgende stap is om informatie rechtstreeks uit gekoppelde systemen beschikbaar te maken. Dat scheelt handmatig invoeren, kopiëren en controleren. Zo ontstaat meer ruimte voor werk dat menselijke kennis en aandacht vraagt. Het vraagt wel om heldere afspraken over de inhoud, betekenis en kwaliteit van die informatie.

Tijdens een sessie over productdata zagen deelnemers hoe AI-assistenten gegevens kunnen raadplegen en gebruiken in een BIM-proces. IFC, IDS en bSDD vervullen daarbij verschillende, aanvullende functies:

  • IFC maakt de uitwisseling van informatie over bouwwerken tussen verschillende softwarepakketten mogelijk.
  • IDS legt informatie-eisen vast en maakt automatische controle op die eisen mogelijk.
  • bSDD, de buildingSMART Data Dictionary, geeft begrippen en eigenschappen een eenduidige betekenis.

Samen helpen ze om informatie uit te wisselen, te controleren en op dezelfde manier te begrijpen. Dat vormt ook een belangrijke basis voor betrouwbare AI-toepassingen.

Daarnaast kwam IFCX aan bod als internationale ontwikkelrichting voor toekomstige, meer modulaire informatie-uitwisseling. Hiermee wordt het mogelijk om informatie flexibeler in afzonderlijke, samenhangende delen uit te wisselen. Maar, IFCX is nog in ontwikkeling; brede beschikbaarheid en toepassing zijn nog geen gegeven.

De beweging is duidelijk: we gaan van losse modellen naar een digitaal netwerk waarin informatie, systemen en organisaties samenwerken. Aydemir: “AI versnelt die beweging. Tegelijk vraagt die om duidelijke afspraken: wie beheert de data, wie mag deze gebruiken en wie draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit? Ook moeten we de herkomst en betekenis van informatie kunnen volgen en menselijke controle goed organiseren.”

Wat betekent dit voor Nederland?

De internationale ontwikkelingen in Tokio raken direct aan de digitaliseringsopgaven in de Nederlandse bouw- en infrasector. Denk aan het verbinden van BIM en geografische informatie, het verbeteren van assetinformatie, digitale vergunningverlening en het betrouwbaar uitwisselen van gegevens tussen organisaties.

Ontwikkelingen rond IFC 4.3, IFC 4.4, IFCX, IDS en bSDD bieden daarvoor belangrijke aanknopingspunten. Tegelijkertijd laten de internationale gesprekken zien dat technische standaarden alleen niet voldoende zijn. Ook afspraken over informatiekwaliteit, verantwoordelijkheden, toegankelijkheid en samenwerking zijn noodzakelijk.

Aydemir: “Voor Nederland is vooral de verbinding van belang. We beschikken over internationale open standaarden en werken nationaal aan afspraken en voorzieningen voor digitale samenwerking. De uitdaging is om die werelden bij elkaar te brengen, zodat informatie niet alleen technisch uitwisselbaar is, maar ook daadwerkelijk bruikbaar wordt in ontwerp, realisatie en beheer.”

buildingSMART Nederland ziet daarbij kansen om samen met digiGO, opdrachtgevers, kennisinstellingen, softwareleveranciers en andere partners internationale ontwikkelingen te vertalen naar concrete toepassingen. Andersom kunnen Nederlandse praktijkervaringen bijdragen aan de verdere ontwikkeling en verbetering van internationale standaarden. “Daarmee gaat het niet alleen om het toepassen van standaarden, maar ook om het gezamenlijk ontwikkelen, toetsen en verbeteren ervan. Juist die wisselwerking tussen internationale standaardisatie en nationale implementatie is essentieel voor verdere opschaling.”

Een internationaal fundament, met Nederlandse afspraken

Tijdens een paneldiscussie over samenwerking tussen buildingSMART-chapters stelde Jorden een belangrijke vraag: moeten we sterker inzetten op internationale standaarden, in plaats van voor elk vraagstuk een eigen nationale oplossing te ontwikkelen?

“Internationale open standaarden vormen ons gezamenlijke fundament”, vertelt hij. “Nederlandse afspraken blijven nodig om die standaarden op een eenduidige en bruikbare manier toe te passen in onze projecten en werkprocessen. De uitdaging is om daarbij goed aan te sluiten op internationale ontwikkelingen en onnodige afwijkingen te voorkomen.”

Aydemir vult aan: “Daar ligt een verbindende rol voor buildingSMART Nederland. We halen behoeften uit de praktijk op, maken internationale kennis toegankelijk en ondersteunen partijen bij de toepassing van standaarden. De ervaringen die we daarmee opdoen, brengen we terug naar de internationale community. Zo versterken de Nederlandse praktijk en internationale ontwikkelingen elkaar.”

Samenwerking vraagt ook om vertrouwen

Na de summit volgde op 9 oktober de Chapter Conference, een belangrijke bijeenkomst over internationale samenwerking, transparantie, vertrouwen en governance. De chapters verkenden hoe zij de organisatie en onderlinge samenwerking kunnen versterken. De voorstellen uit deze gesprekken zijn werkresultaten. buildingSMART International heeft hierover nog geen definitieve besluiten genomen.

Ook Nederland en de Benelux leverden een actieve bijdrage aan de summit: met presentaties, panelgesprekken, internationale afstemming en deelname aan de Elite Jury van de openBIM Awards. Het Belgische Qonic viel opnieuw in de prijzen. Met Qonic Agentic 4D won het bedrijf de categorie Technology.

Van internationale inzichten naar Nederlandse toepassing

Tokio bevestigt dat openBIM zich verder ontwikkelt: van gestandaardiseerde modeluitwisseling naar een bredere samenwerking waarin informatie, semantiek, technologie en organisaties met elkaar verbonden zijn. Voor buildingSMART Nederland betekent dit dat internationale betrokkenheid en nationale toepassing hand in hand moeten gaan. Door samen te werken met de Nederlandse sector, internationale ontwikkelingen tijdig te vertalen naar praktijktoepassingen en ervaringen terug te brengen naar de internationale community, kunnen we de waarde van open standaarden verder vergroten. De inzichten uit Tokyo vormen daarmee niet alleen een terugblik op de Summit, maar ook waardevolle input voor de verdere strategische koers van buildingSMART Nederland.